Vragen en antwoorden over de windparken bij Kapelle

Er leven veel vragen omtrent windparken. Wij hebben de meeste vragen en antwoorden voor u op een rij gezet.

Basisvragen en antwoorden

Momenteel trekken drie partijen (Zeeuwind, E-Connection en Windforce-11) gezamenlijk op bij de ontwikkeling van drie windparken in gemeente Kapelle, namelijk Windpark Willem-Annapolder, Windpark Kapelle-Schore en Windpark Landmanslust. In deze 3 windparken worden de huidige 12 windturbines vervangen door in totaal 8 grotere windturbines.

Deze kunnen voldoende duurzame stroom opwekken voor het gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsverbruik van 24.000 tot 30.000 huishoudens (versus 2.830 huishoudens van de 12 oudere windturbines). Dat is meer dan het jaarlijkse elektriciteisverbruik van alle huishoudens binnen de gemeente Kapelle, de kernen ‘s-Gravenpolder en Hansweert en de afnemende bedrijven Top-Onions en Coroos samen.

Windpark Willem-Annapolder: van 10 kleinere windturbines (2003, tiphoogte 96m) naar 4 grotere windturbines (tiphoogte 180 m).

Windpark Landmanslust: 2 windturbines (tiphoogte 180m)

Windpark Kapelle-Schore: van 2 kleine windturbines (1997, tiphoogte 43,5m) naar 2 grotere windturbines (tiphoogte 180 m). Voor de locaties van de nieuwe windturbines moet eerst meer duidelijkheid komen rondom de dijkverwaring.

De provincie Zeeland heeft een provinciale taakstelling voor het plaatsen van 570,5 MW aan windmolens in 2020 en zit momenteel op 88% van deze doelstelling. Het omgevingsplan Zeeland hanteert concentratielocaties voor windenergie. De windprojecten in Kapelle vallen hieronder en dragen bij aan de provinciale doelstelling.
Gemeente Kapelle heeft, in het kader van haar duurzaamheidsbeleid, een concept RES vastgesteld (3 september 2019). Met betrekking tot windenergie is de kern van de strategie volgens deze concept RES de benoemde concentratielocaties door opschaling, vernieuwing en uitbreiding zo optimaal mogelijk in te vullen.

De 8 windturbines uit de plannen voor deze 3 windparken hebben een tiphoogte van 180 m (dat is het hoogste puntje van een rotorblad, wanneer deze omhoog staat). Windturbines worden steeds groter en de rotorbladen steeds langer, zodat ze tegen dezelfde kosten meer duurzame energie kunnen maken. Zo zullen de geplande 8 windturbines samen meer dan 5 keer zoveel energie opwekken dan de huidige 12 windturbines. Duurzame energie moet goedkoper worden, zodat er steeds minder en uiteindelijk geen subsidie meer nodig is.

Voor deze drie windparken wordt een gezamenlijk plan-m.e.r. (milieu effect rapportage) opgesteld. De eerste stap is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin wordt beschreven welke specifieke milieueffecten, die de drie geplande windparken met zich mee kunnen brengen, onderzocht worden in de m.e.r.-procedure en met welke diepgang. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om onderwerpen als slagschaduw, geluid, natuur en veiligheid. Ook de te volgen procedures staan beschreven in de notitie. De NRD ligt ter inzage in het gemeentehuis van Kapelle vanaf 23 oktober tot 4 december 2019 (en tevens in te zien via www.kapelle.nl/windpark). De procedurestappen daarna zijn per windpark.

De ontwikkeling van de drie windparken verschilt in tempo. Windpark Willem-Annapolder zal als eerste de procedures voor vergunningverlening starten en een project-m.e.r. opstellen. Windpark Landmanslust volgt kort daarop. Voor Windpark Kapelle-Schore geldt dat er eerst meer duidelijkheid moet komen rondom de dijkverzwaring, voordat de locaties van de windturbines concreet worden. Het is de verwachting dat in de loop van 2021 een begin kan worden gemaakt met de bouw van de eerste windturbines.

De initiatiefnemers ontwikkelen de windparken bij voorkeur in samenspraak met de omgeving en hechten waarde aan overleg met omwonenden en dorpsraden. Ook werken we momenteel een windfonds uit. Bij een windfonds wordt vanuit het windpark jaarlijks een bedrag beschikbaar gesteld aan de omgeving. Hierbij hanteren we de NWEA-norm van 50 ct per MWh per jaar. De uiteindelijke bedragen zijn afhankelijk van het gekozen type windturbine. Uitgaande van: rotordiameter 150m, ashoogte 105m en tiphoogte 180m zal het in de buurt liggen van: Windpark Willem-Annapolder (4 windturbines): ca. 25.500 euro per jaar,  Windpark Landmanslust (2 windturbines) ca. 12.750 per jaar; Windpark Kapelle-Schore (2 windturbines) ca. 12.750 per jaar.
In aanvulling op het windfonds stelt Windforce-11 omwonenden in staat financieel te participeren via een obligatielening in Windpark Landmanslust. E-Connection onderzoekt of en hoe omwonenden kunnen investeren in Windpark Kapelle-Schore. Zeeuwind investeert, als burgercoöperatie, de inleg van haar leden in o.a. windparken. Uiteraard is lid worden van Zeeuwind mogelijk.

Om de nationale duurzame doelstellingen te halen hebben we zowel zonne-energie, windenergie als andere duurzame energiebronnen hard nodig. Momenteel wekken windturbines de grootste hoeveelheden duurzame energie op en hebben daar slechts een beperkte hoeveelheid grond voor nodig. De omliggende grond kan gewoon voor agrarische doeleinden blijven worden gebruikt. Voor een zonnepark met dezelfde elektriciteitsproductie is meer dan 100 hectare aan grond nodig, deze is dan niet langer bruikbaar voor agrarische doeleinden.
Bovendien heeft de provincie Zeeland (concentratie)locaties aangewezen in Zeeland waar windturbines kunnen komen. De locatie waar de windturbines gepland zijn is er daar één van.

Windpark Willem-Annapolder, Windpark Landmanslust en Windpark Kapelle-Schore

Voor Windpark Willem-Annapolder geldt dat de 10 bestaande, kleinere windturbines worden teruggebracht naar 4 grotere windturbines. Deze turbines komen op zo’n 1.000 meter van s-Gravenpolder. Het effect op het uitzicht is voor iedereen anders. De ene bewoner zal het rustiger vinden, de ander kan zich er mogelijk meer aan storen.

De twee geplande windturbines van Windpark Landmanslust  komen op zo’n 1.200 m van Eversdijk en zo’n 1.000 m van de bebouwde kom van Biezelinge. In dit gebied staan nog geen windturbines. Voor beide parken geldt dat de windturbines onder bepaalde omstandigheden (windsnelheid, windrichting)  zeer beperkt hoorbaar kunnen zijn, al worden windturbines steeds stiller. Qua slagschaduw vallen er nauwelijks effecten te verwachten en als er al sprake van slagschaduw is, is dit met een stilstandregeling te voorkomen.

Voor Windpark Kapelle-Schore geldt dat de hogere nieuwe turbines uiteraard beter zichtbaar zullen zijn dan de twee huidige en kleine windturbines. In hetzelfde gebied is het Waterschap met een dijkverzwaring bezig. Hierdoor is nog niet exact duidelijk wat de locatie van de geplande 2 nieuwe windturbines zal zijn. Daardoor is nog niet precies aan te geven in hoeverre bewoners van Hansweert en Schore effecten van slagschaduw of geluid zullen krijgen. In alle gevallen houden de windparken zich aan de wettelijke regelingen die bedoeld zijn om de hinder voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken. En is er een bewoner die om wat voor reden dan ook overmatig hinder ervaart, dan wordt er altijd gekeken naar een oplossing.

Windpark Willem-Annapolder: Zeeuwind wil de 10 huidige windturbines (tiphoogte 96 m) uit 2003 omzetten in 4 grotere windturbines (tiphoogte 180 m) met een hogere stroomopbrengst. Zeeuwind wil graag samen met haar 2.500 leden Zeeland verduurzamen.
Windpark Landmanslust: Windforce-11 ontwikkelt windturbines op percelen die in bezit zijn van de Top-Onions groep. Top Onions merkt als uienverwerkend bedrijf dat haar klanten (o.a. Burger King, Mac Donalds) producten willen verwerken die met duurzame energie zijn geproduceerd. Top Onions wil daarom haar Zeeuwse bedrijven verduurzamen door de stroom af te nemen van de 2 windturbines die Windforce-11 op haar terrein ontwikkelt.
Windpark Kapelle-Schore: E-Connection wil haar 2 huidige windturbines (tiphoogte 43,5 m) uit 1997 omzetten naar 2 grotere windturbines (tiphoogte 180 m) met een hogere stroomopbrengst. E-Connection ontwikkelt, bouwt en beheert windturbines in Zeeland. De stroom zal voor het grootste deel worden afgenomen door het lokale bedrijf Coroos.

Participatiemogelijkheden

De ontwikkelaars willen graag windparken ontwikkelen in samenspraak met de omgeving. Daarom hechten we waarde aan overleg met omwonenden en dorpsraden. We betrekken hen actief voor en tijdens de vergunningsprocedure bij het windpark. Ook werken we momenteel een windfonds uit. Bij een windfonds wordt vanuit het windpark jaarlijks een bedrag beschikbaar gesteld aan de omgeving. In aanvulling op het windfonds onderzoeken de ontwikkelaars of en hoe omwonenden kunnen investeren in de windturbines.
In aanvulling op het windfonds stelt Windforce-11 omwonenden in staat financieel te participeren via een obligatielening in Windpark Landmanslust. E-Connection onderzoekt of en hoe omwonenden kunnen investeren in Windpark Kapelle-Schore. Zeeuwind investeert, als burgercoöperatie, de inleg van haar leden in o.a. windparken. Uiteraard is lid worden van Zeeuwind mogelijk.

Hierbij hanteren we de NWEA norm van 50 ct per MWh per jaar. Uiteraard is dit afhankelijk van de uiteindelijke turbine en jaarproductie. Uitgaande van 8 windturbines met een rotordiameter van 150 meter, een ashoogte van 105 meter en een tiphoogte van 180 m zal het in de buurt liggen van:
– Windpark Willem-Annapolder  ca. € 25.500 euro per jaar
– Windpark Landmanslust: ca. € 12.750 per jaar
– Windpark Kapelle-Schore: ca. € 12.750 per jaar

Onze uitgangspunten zijn dat we de bedragen zo eerlijk mogelijk willen verdelen waarbij we rekening houden met de afstand tot windturbines en het aantal windturbines. We zullen ook onderscheid maken tussen losse woningen in het buitengebied en de wat verder af gelegen woonkernen. De exacte verdeling werken we momenteel nog uit.

Geluid, slagschaduw en verlichting

De maximale bijdrage door windturbines op woningen van derden is maximaal 47 dB in L-den overdag en maximaal 41 dB in L-night ‘s nachts, gemiddeld over een jaar berekend. Het is een gemiddelde aangezien er in de nacht minder geluid wordt toegestaan dan overdag en/of in de avond. Windturbines worden steeds stiller, maar ze zijn niet geruisloos. De geplande twee windturbines van Landmanslust zullen aan alle geluidsnormen voldoen.

Windturbines kunnen slagschaduw geven. Dit is de bewegende schaduw die optreedt wanneer de zon achter de rotorbladen staat. Wettelijk is geregeld dat er niet meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten slagschaduw op omliggende woningen van derden mag komen. In de praktijk komt dit neer op maximaal 6 uur slagschaduw per jaar.
Het is mogelijk om een slagschaduwsensor op de windturbine te plaatsen. Deze zorgt ervoor dat, zodra de zon schijnt in een voor omwonenden ongunstige stand en er slagschaduwhinder ontstaat, de windturbine binnen 100 seconden stil gezet wordt.
Het windpark van Landsmanslust wordt uitgerust met een slagschaduwsensor en een stilstandsregeling waardoor op geen enkele woning van derden de slagschaduwnorm wordt overschreden.

Windturbines met een tiphoogte van 150 meter of meer moeten worden voorzien van zogenaamde obstakelverlichting. Dit bestaat uit een wit knipperlicht op de gondel (bij dag) en rood vastbrandend licht (bij nacht) en moet zowel op de mast als op de gondel worden toegepast. Dit is een verplichting vanwege luchtvaartveiligheid en bedoeld om piloten alert te maken op de aanwezigheid van de windturbines. De windbranche is van mening dat dit soort lampen onnodige lichthinder geeft voor de omwonenden van windparken.

Gezondheid en veiligheid

Standpunt RIVM: Mensen die dichtbij windturbines wonen, hebben vooral last van het geluid dat windturbines met zich meebrengen. Sommige mensen ervaren hinder (zoals irritatie, boosheid en onbehagen) als zij het gevoel hebben dat hun omgevings- of levenskwaliteit verslechtert door de plaatsing van windturbines. Hierdoor kunnen gezondheidsklachten ontstaan. Om de invloed van windturbines op de slaap te kunnen beoordelen, zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar. De beschikbare resultaten laten geen definitieve conclusie toe. Voor andere directe effecten op de gezondheid is geen bewijs. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het RIVM.

Elke windturbine moet in Nederland gecertificeerd zijn, die waarborgt dat de windturbine uitgebreid gecontroleerd is op tal van risico’s. Veiligheid speelt een belangrijke rol in de gehele ontwikkeling, bouw en beheer van een windturbine.
Zo wordt er bij de realisatie van het windpark o.a. rekening gehouden met kans op ijsvorming op de rotorbladen. Speciale sensoren zorgen op tijd voor een waarschuwing, waarna de turbine wordt stilgezet.

Neodymium is een zogenaamd zeldzaam metaal dat veel toepassingen kent. Het zit in de meeste mobiele telefoons en komt vaak voor in airbags, ziekenhuisapparatuur en zelfs kinderspeelgoed. Het gebruik ervan is niet schadelijk voor mens en milieu. In sommige landen, met name China levert de winning wel schade op voor mens en milieu.
Ook in windturbines wordt wel neodymium gebruikt, maar niet door alle fabrikanten. En bij sommige fabrikanten verschilt het per type windturbine of er wel of geen neodymium gebruikt wordt. Fabrikanten kijken ook naar locaties waar de winning op niet-schadelijke wijze plaatsvindt. Van alle neodymium dat wordt gebruikt, komt slechts een beperkt deel in windturbines terecht om magneten stabieler te laten functioneren. Aangezien het een kostbaar metaal is, zal het bij afbraak van windturbines zeker gerecycled worden.

De leverancier van de windturbines voor deze windplannen is nog niet bepaald, waardoor we nog niet met zekerheid kunnen zeggen dat de gekozen windturbines geen neodymium zullen bevatten.

In Nederland liggen bijna 18.000 bouwprojecten stil nadat de hoogste rechter het stikstofbeleid van de overheid heeft afgekeurd. Er mag van die rechter bij bouwprojecten in de buurt van natuurgebieden geen stikstof vrijkomen. Dat geldt ook voor de bouw van windturbines. Bij windturbines is er alleen sprake van stikstof tijdens de bouw, daarna niet meer. Doordat windturbines energie opwekken zonder stikstofuitstoot zijn ze na de bouw stikstofneutraal en verminderen ze zelfs de hoeveelheid stikstof omdat met gas en kolen wel stikstof vrijkomt. De verwachting is dan ook dat de bouw van windturbines en zonneparken binnenkort weer mogelijk gemaakt wordt, dus lang voordat de bouw in Kapelle begint.

Vergunningsprocedure

Als Burgemeester en wethouders de vergunning wil verlenen, dan moet deze ter inzage worden gelegd en dit wordt gepubliceerd in de krant. Dit is een wettelijke plicht. In die fase kan iedereen d.m.v. een zienswijze haar mening geven over het besluit van de gemeente. Als de bezwaarmaker geen gelijk krijgt van de gemeente, kan deze naar de rechter stappen. Uiteindelijk heeft de Raad van State het laatste woord.

NRD ter inzage van 23 oktober tot 4 december 2019
Voordat de gemeente een besluit neemt over de vergunningaanvraag, wordt een milieueffectrapport opgesteld. Omdat de plannen voor deze drie windparken bij elkaar in de buurt liggen, is er gekozen voor een gezamenlijk plan-m.e.r. (milieu effect rapportage). De eerste stap is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierin staat uitgebreid beschreven welke specifieke milieueffecten, die de drie geplande windparken met zich mee kunnen brengen, onderzocht worden in de m.e.r.-procedure en met welke diepgang. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om onderwerpen als slagschaduw, geluid, natuur en veiligheid. Ook de te volgen procedures worden in de notitie omschreven. Deze NRD ligt ter inzage vanaf 23 oktober tot 4 december 2019. In deze periode kan iedereen daar een reactie op geven. Deze termijn wordt aangekondigd in de Scheldepost en de Staatscourant en op de website van de gemeente.

Daarna procedure per windpark:

  • De NRD geeft aan hoe de vervolgprocedures zijn en of en voor welk van de drie windparken een project MER nodig is. Ook deze stap ligt weer 6 weken ter inzage.
  • Daarna worden de vergunningaanvragen voorbereid en zal de gemeente een bestemmingsplan opstellen voor ieder project afzonderlijk. Zowel het bestemmingsplan als de vergunning worden eerst in ontwerp verleend door de gemeente. Op dat moment worden deze stukken ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Dit wordt ook weer aangekondigd in de Scheldepost en de Staatscourant en op de website van de gemeente. Hierbij kan iedereen die dat wil een zienswijze indienen.
  • Vervolgens worden alle zienswijzen verzameld en beantwoord door de gemeente in een Nota van Antwoord. Die wordt bij het definitieve besluit gevoegd. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend mag tot slot beroep instellen bij de rechter.

Ecologie

Bij het bepalen of een beoogde locatie voor windturbines ook daadwerkelijk geschikt is, wordt indien nodig een milieueffectrapportage opgesteld. Daarin worden o.a. onderzocht wat de effecten op de flora en fauna zijn, zodat daar rekening mee gehouden kan worden. Bij ieder project wordt er ecologisch onderzoek gedaan naar vogels en vleermuizen.
Om een goed beeld te hebben van welke vogels en vleermuizen voorkomen in het gebied en hoe ze zich verplaatsen is er gedurende het afgelopen jaar al veldonderzoek gedaan. Hierbij is door specialisten met radar apparatuur in beeld gebracht hoe de dieren vliegen, waar ze eten en slapen. Met die kennis kan worden beoordeeld of er effecten worden verwacht op deze soorten door het bouwen en exploiteren van de windturbines.

In overleg met natuurorganisaties en autoriteiten wordt er gekeken hoe er tijdens de bouw en tijdens de beheerfase rekening gehouden kan worden met de natuur. Daartoe wordt bv een ecologisch werkprotocol opgesteld, dat door een ecoloog wordt gecontroleerd. Door bepaalde delen bijvoorbeeld interessanter te maken voor bepaalde dieren, kun je rekening met de natuur houden of de omstandigheden zelfs verbeteren. En uiteraard houden we rekening met het broedseizoen tijdens de bouw en voer je dan bepaalde werkzaamheden niet uit.

Canadees onderzoek (studie van Environment Canada, publicatie nov 2013) toont aan dat van de 270 miljoen vogels die jaarlijks sterven door mens-gerelateerde activiteiten windmolens verantwoordelijk zijn voor 0,007%. De meeste vogels worden nog steeds gedood door katten (74%). Windenergie wordt ingezet om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken; ook die hebben een groot effect op natuur en vogels (uitstoot, afgravingen, zeespiegelstijging). Door goed onderzoek te doen naar de vliegroutes en het gedrag van vogels kunnen we zoveel mogelijk slachtoffers onder vogels voorkomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat er minder slachtoffers vallen als de tiplaagte (als de wiek helemaal naar beneden staat) minstens 30 meter boven de grond is. Verreweg de meeste vogels vliegen daar onder door (buiten de vogeltrek).

Windenergie en subsidie

Op dit moment is slechts 6,6% van onze totale energieproductie opgewekt uit duurzame bronnen. Nederland heeft als doelstelling dat 14% van onze energieproductie in 2020 duurzaam is opgewekt. Voor windenergie op land geldt dat er dan 6.000 MW aan opgesteld vermogen moet staan. In 2023 moet dat 16% zijn. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. De uitstoot van CO2(broeikasgassen) is dan 80-95% minder vergeleken met 1990. Dat betekent dat we alle beschikbare duurzame energiebronnen nodig hebben, zowel wind, zon, water, biomassa, aardwarmte etc. Windenergie is voor Nederland, als land waar het veel en hard waait, de meest efficiënte en goedkoopste vorm van duurzame energie.

De provincie Zeeland heeft een provinciale taakstelling van het plaatsen van windmolens met een gezamenlijk vermogen van ten minste 570,5 MW in 2020. Aan het eind van 2018 stond in Zeeland 501,7 MW geïnstalleerd vermogen; dat is goed voor zo’n 88% van de provinciale doelstelling. De windprojecten in Kapelle dragen bij aan deze doelstelling.
De ambitie voor 2030 voor geheel Zeeland is: windvermogen 700 MW, zonne-energie van 500 MW op dak en 500 MW op land.

De energie die nodig is om een windturbine te produceren, te bouwen en te onderhouden is na drie tot zes maanden draaien van de windturbine al terugverdiend. Daarna levert de molen nog 20 tot 25 jaar lang schone, CO2-vrije energie.

In een land als Nederland waar het vaak en hard waait, zijn windturbines heel effectief. Windturbines staan alleen stil voor onderhoud en als het niet waait of harder waait dan windkracht 9 bft. Moderne windturbines produceren 90-95% van de tijd elektriciteit. Windturbines worden nog steeds doorontwikkeld en efficiënter. Ze worden groter en krijgen langere bladen zodat ze meer elektriciteit leveren tegen lagere kosten.

Windturbines produceren duurzame elektriciteit, wat niet door kolen- en gascentrales hoeft te worden opgewekt. Dat bespaart brandstof – er wordt minder kolen en gas verstookt en dat zorgt voor CO2-besparing. Met elke kWh geproduceerde windenergie wordt de uitstoot van 0,56 kg CO2 vermeden.

Simpelweg omdat we de bijdrage van wind op land niet kunnen missen. Om de doelen te halen hebben we wind op zee én wind op land nodig. Een windturbine in zee plaatsen en onderhouden is overigens duurder dan een windturbine op het land. Echter onze overheid neemt de laatste tijd steeds meer kosten voor haar rekening, zoals een stopcontact op zee, het organiseren van de vergunningen en het overleg met de omgeving. Daardoor en door de schaalgrootte op zee kunnen exploitanten windparken bouwen waar geen subsidie voor de stroomprijs voor nodig is. Voor een windpark op land moet de exploitant alle kosten zelf dragen.

De kostprijs van windenergie is op dit moment voor nieuwe windturbines hoger dan de prijs die ervoor wordt betaald op de energiemarkt. De subsidie is bedoeld om dit verschil te overbruggen, zodat het mogelijk is om te investeren Zonder deze subsidie is het niet mogelijk te investeren in windturbines of in andere vormen van duurzame energie. Een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) vult het verschil aan; voor een maximaal aantal kWh en een periode van maximaal 15 jaar. De SDE is een garantieregeling: als de energieprijs stijgt, daalt het subsidiebedrag.